» print

arthur’s filmblik | printversie | bin-jip

BIN-JIP



‘Het is moelijk te zeggen of de wereld waarin we leven een droom is of werkelijkheid’. Met dat motto eindigt BIN-JIP, de nieuwste film van de Zuid-Koreaanse regisseur Kim Ki-Duk ( SPRING, SUMMER, FALL, WINTER... AND SPRING). Knoop die spreuk goed in je oren bij het kijken naar deze film, want gedurende het verhaal lopen werkelijkheid en illusie steeds verder in elkaar over. Het knappe is dat beide elementen elkaar nooit bijten. Sterker nog, als kijker wordt je gegarandeerd meegezogen in deze film over een onmogelijke liefde.

BIN-JIP (‘leeg huis’) gaat over de eigenaardige jongeman Tae-suk, die er een sport van heeft gemaakt om bij mensen in te breken zonder iets te stelen. Hij eet en slaapt in de huizen van zijn onwetende slachtoffers, waarna hij als dank alle kapotte elektronica repareert, de was doet en opruimt. Op een dag ontmoet hij tijdens zo’n inbraak Sun-wha, een jonge vrouw die door haar echtgenoot wordt mishandeld en in haar eigen huis is opgesloten. De twee worden verliefd op elkaar en slaan op de vlucht. Het verhaal neemt echter een wending nadat ze bij een inbraak tegen de lamp lopen.

BIN-JIP wijkt weliswaar volledig af van de kleurrijke monniken en bossen uit het hypnotiserende SPRING, SUMMER..., maar is minstens zo poëtisch. De film bevat een heel bijzonder mengsel van liefdesverhaal en komedie (plus wat geweld, maar zeker voor een Zuid-Koreaanse film blijft dat – gelukkig – zeer binnen de perken). Terecht werd Kim Ki-Duk’s film op vele festivals met hoofdprijzen bekroond.

Kim Ki-Duk | 2004

» print