» print

arthur’s filmblik | printversie | babel

BABEL



Neem vier verhalen, knip ze in stukjes, hussel ze door elkaar en je hebt één van de beste films van het jaar: BABEL. Misschien wel de allerbeste, als de voortekenen niet bedriegen. Want in december werd de film van Alejandro González Iñárritu als enige genomineerd voor zeven Golden Globes, de belangrijkste graadmeters voor de Oscars. Half januari zal duidelijk zijn of BABEL die prijzen ook gaat verzilveren.

Het moet wel heel raar lopen als dat niet gebeurt, want de film grijpt je aan van begin tot eind. Of van einde tot begin – het is maar hoe je het bekijkt. Regisseur González Iñárritu en zijn vaste schrijver Guillermo Arriaga vertellen hun verhalen net als in AMORES PERROS en 21 GRAMS immers weer volstrekt a-chronologisch. In BABEL weten zij die aanpak te perfectioneren. Door het kwartet verhalen stukje bij beetje op te dienen krijgt de film een bijzondere spanningsboog, die tot in de allerlaatste scène wordt volgehouden. Bovendien beheersen de twee Mexicanen als geen ander de kunst van het weglaten: juist door scènes níet te laten zien wint de film aan kracht.

BABEL navertellen is ondoenlijk, maar gelukkig wist de Volkskrant het scenario in twee zinnen samen te vatten. ‘De personages – een rijk Amerikaans echtpaar op vakantie in Afrika; een Mexicaanse nanny in San Diego; een herdersgezin in het Noord-Afrikaanse gebergte; een meisje in Tokio – hebben geen controle over hun leven, of ze staan op het punt die te verliezen. Dwars door taalbarrières heen (...) wordt duidelijk dat paniek en angst er overal hetzelfde uitzien’, aldus de krant. Mede dankzij de sterke acteurs (met Cate Blanchett en de onbekende Japanse Rinko Kikuchi voorop) kan González Iñárritu zijn schoorsteenmantel gaan vrijmaken.

 | 2006

» print