» print

arthur’s filmblik | printversie | dixie chicks: shut up & sing

DIXIE CHICKS: SHUT UP & SING



Toen Michael Moore in maart 2003 de Oscar won voor BOWLING FOR COLOMBINE haalde hij in zijn dankwoord fel uit naar George Bush. Die was vlak daarvoor de Tweede Golfoorlog begonnen, waar de documentairemaker fel tegenstander van was. Maar hij niet alleen. ‘And any time you got the Pope and the Dixie Chicks against you, your time is up’, waarschuwde Moore de president. Voor niet-Amerikanen een wat cryptische opmerking, want wie waren die Dixie Chicks? En wat hadden ze gedaan? Op deze vragen geeft DIXIE CHICKS: SHUT UP & SING het antwoord.

Begin 2003 was het Texaanse trio de Dixie Chicks Amerika’s meestgedraaide en bestverkopende country-band. Maar aan de vooravond van de inval in Irak veranderde dat spoorslags toen zangeres Natalie Maines tijdens een live-optreden in Londen zei dat ze zich schaamde dat de president van de VS net als zij uit Texas kwam. Daarmee haalde de band zich de woede op de hals van de eigen fans – conservatieve Amerikanen die juist pro-Bush waren. Zij zagen de uitspraak als een soort landverraad. Een rel was geboren: CD’s werden ritueel vernietigd en honderden radio-zenders boycotten de muziek van de Dixie Chicks.

SHUT UP & SING toont het effect daarvan op de band. Afwisselend zien we de roerige periode in 2003 en de opnames van een nieuwe CD twee jaar later, als de groep zichzelf opnieuw moet uitvinden. Want hoewel Amerika inmiddels heel anders denkt over de oorlog van Bush, hebben veel voormalige fans het de Dixie Chicks nog steeds niet vergeven. Verbazingwekkend om te zien hoeveel impact één zinnetje kan hebben, en verbazingwekkend wat voor oogkleppen rechts Amerika heeft. Het maakt deze muziekdocu tegelijkertijd scherp en grappig. De film eindigde dan ook zeer verdiend op de derde plaats in de publiekspoll van het IFFR2007.

NB: op 11 februari wonnen de Dixie Chicks liefst 5 Grammy Awards, de belangrijkste Amerikaanse muziekprijzen. Luister naar een fragment:


Barbara Kopple, Cecilia Peck | 2006

» print