» print

arthur’s filmblik | printversie | the diving bell and the butterfly

THE DIVING BELL AND THE BUTTERFLY



Stel je voor: je bent veertiger, in de bloei van je leven, hebt een leuk gezin, een minnares plus een superbaan. En dan ben je plots van top tot teen verlamd. Je kunt niets meer: niet bewegen, praten, slikken of wat dan ook. Alleen je hersenen, oren en één oog werken nog. Dat overkwam de Franse Elle-hoofdredacteur Jean-Dominique Bauby in 1995 na een beroerte. Door een beschadigde hersenstam leed hij aan het locked-in syndrome – zijn heldere geest zat gevangen in een weigerend lichaam.

Voor Bauby was dat hels, zo wordt duidelijk in THE DIVING BELL AND THE BUTTERFLY. Als man van de wereld was hij immers plotseling van de hele wereld afgesloten. Dankzij een geduldige logopediste leerde hij echter weer te communiceren: door met zijn oog te knipperen kon hij ‘ja’ en ‘nee’ antwoorden en letter-voor-letter woorden en zinnen maken. Uiteindelijk schreef hij op die manier een biografie. Een dramaturg had het niet zo durven bedenken, maar slechts een paar dagen nadat dit boek in 1997 uitkwam overleed Bauby.

De Amerikaanse regisseur/kunstenaar Julien Schnabel gebruikte de biografie als basis voor THE DIVING BELL AND THE BUTTERFLY. Dat leverde één van de krachtigste en mooiste films van het jaar op. Door de inhoud, maar zeker ook door de vorm: Schnabel laat je een groot deel van de film letterlijk door dat ene oog van Bauby beleven. Je kruipt als het ware in diens lichaam. Je ziet wat hij ziet, en hoort in zijn voice-over wat hij denkt. Daardoor ga je sterk met de man meeleven. Tijdens een screening van de film ging dan ook een siddering door de zaal op het moment dat Bauby zijn allereerste zin doorgeeft: ‘Je veux mourir’. Een zeldzaam ontroerend moment, want als kijker voel je dan maar al te goed aan waarom hij dood wil.

Thematisch lijkt Schnabel’s film enigszins op MAR ADENTRO van Alejandro Amenábar. THE DIVING BELL AND THE BUTTERFLY is echter stukken beter dan die larmoyante oscarwinnaar uit 2004. Schnabel had misschien wat metaforen uit zijn film mogen weglaten, maar verder verdient hij werkelijk alle lof. Het kan dus niet anders of hij gaat behalve de regieprijs van Cannes ook nog andere bekroningen krijgen.

Julien Schnabel | 2007

» print