» print

arthur’s filmblik | printversie | the fall

THE FALL



Visueel gezien behoort THE FALL ongetwijfeld tot de meest overdonderende films van het afgelopen jaar. Weidse woestijnlandschappen, woeste natuur, grootse gebouwen en uiterst kleurrijke kleding: regisseur Tarsem Singh toverde het allemaal uit zijn camera’s en computers. Daarbij verloochende hij zijn verleden van videoclips en commercials niet. Is dat erg? Geenszins, zo zagen we eerder al in de fantasievolle films van Michael Gondry (THE SCIENCE OF SLEEP, ETERNAL SUNSHINE OF THE SPOTLESS MIND).

Vergeleken met zijn Franse vakbroeder doet de in India geboren Singh er in THE FALL nog een paar schepjes bovenop. Zijn film is geconstrueerd als een soort raamvertelling: in een klein ziekenhuis ligt de gewonde stuntman Roy gekluisterd aan zijn bed en om de tijd te doden vertelt hij zijn avonturen aan de jonge Alexandria die haar arm heeft gebroken. Het meisje luistert haast ademloos naar zijn bizarre verhalen. En wij kijken al even gefascineerd mee naar alle fantasieën, waarin waan en werkelijkheid gaandeweg steeds meer in elkaar grijpen.

Die verhalen gaan over een groep avonturiers op zoek naar – tsja, naar wat eigenlijk? Eerlijk gezegd doet dat er niet het meeste toe. Want in THE FALL draait het vooral ook om de vorm, de stijl en de spectaculaire stunts en beelden. Niet voor niets opende de film eind 2007 het Amsterdam Fantastic Film Festival. Al ontstijgt THE FALL wel degelijk de mooifilmerij, zo schreef Remke de Lange in Trouw. ‘Dat Roy en Alexandria hun eigen heldenepos vol uiterlijke pracht worden binnengezogen heeft vooral te maken met hun wens elkáár te redden van verdriet en pijn. En zo maakt Singh met zijn twee innemende acteurs een krachtig, ontroerend statement voor fantasie als troostmiddel.’

Tarsem Singh | 2006

» print