» print

arthur’s filmblik | printversie | l’emploi du temps

L’EMPLOI DU TEMPS



Iedereen liegt weleens, maar slechts weinig mensen geloven hun eigen leugens. Dat is wel het geval bij pathologische leugenaars: zij creëren soms een compleet fantasieleven en houden zo zichzelf en hun omgeving voor de gek. Een fascinerend fenomeen, dat onlangs liefst twee speelfilms opleverde.
Twee films met eenzelfde verhaallijn, dat lijkt niets bijzonders. Vooral Amerikaanse studio’s kopiëren immers aan de lopende band succesvolle Europese producties. Zo draait sinds kort INSOMNIA in de bioscopen, een Amerikaanse remake van een gelijknamige Noorse thriller. Maar met de Franse films L’EMPLOI DU TEMPS en L’ADVERSAIRE is iets heel anders aan de hand. Beide films zijn gebaseerd op hetzelfde verhaal en werden tegelijkertijd onafhankelijk van elkaar gemaakt.
Voor de filmwereld is dat een vrij unieke situatie, die voor het laatst in 1989 voorkwam. Regisseurs Stephen Frears en Milos Forman verfilmden toen op hetzelfde moment de kostuumklassieker 'Les liaisons dangereuses' van schrijver Choderlos De Laclos. Twee mooie films waren het resultaat, al overtroefde Frears destijds met DANGEOUS LIAISONS Formans VALMONT omdat zijn film eerder de bioscoop haalde en veel vileiner was.

Het is heel verleidelijk om ookL’EMPLOI DU TEMPS en L’ADVERSAIRE met elkaar te vergelijken. Maar laten we eerst kijken naar het waargebeurde verhaal waarop de films gebaseerd zijn.
In 1993 werd in de Franse Jura de arts Jean-Claude Romand gearresteerd nadat hij zijn vrouw, zijn twee kinderen en zijn ouders had vermoord. Romand bleek bijna twintig jaar lang een dubbelleven te hebben geleid: iedereen - familie en minnares incluis - dacht dat hij een succesvol arts/onderzoeker was en bij de Wereldgezondheidsorganisatie in Géneve werkte. In werkelijkheid had hij echter helemaal geen baan. Hij had niet eens zijn geneeskundebul gehaald en bracht zijn tijd al die jaren doelloos door - voornamelijk rijdend of slapend in zijn auto. Geld kreeg hij via list en bedrog binnen door voor familie en vrienden grote sommen geld zogenaamd te beleggen. Toen een schuldeiser die fraude uiteindelijk doorzag sloegen bij Romand de stoppen door en pleegde hij de gruwelijke moorden.

Een bizar verhaal, dat zo uit de koker van een scenarioschrijver lijkt te komen. Het is daarom weinig verwonderlijk dat zowel regisseur Laurent Cantet als regisseuse Nicole Garcia er door werden aangetrokken.
Garcia verfilmde met L’ADVERSAIRE (‘De tegenstander’) nauwgezet het werkelijke verhaal - althans, de bewerking die romanschrijver Emmanuel Carrere ervan maakte (maar die bleef op zijn beurt zeer dicht bij de realiteit: de grootste verandering is zo’n beetje de naam van de hoofdpersoon, die in film en boek Jean-Marc Faure heet). Dat levert een bijzonder beklemmende film vol flash-backs en flash-forwards op: een thriller haast, waarbij je vanaf de eerste scene al de spanning voelt van een fatale afloop. Hoofdrolspeler Daniel Auteuil zie je hoe langer hoe verder afglijden in de diepe leegte van zijn leugens. Als hij de bodem heeft bereikt zie je de psychose toeslaan, wat door Auteuil beangstigend knap wordt gespeeld.

Toch haalt Garcia's film het niet bij L’EMPLOI DU TEMPS (een ironische titel: ‘Het werkrooster’), waarin we een veel vrijere bewerking van het verhaal zien. Ook Cantets film speelt in de Franse Jura en in Géneve, maar zijn hoofdpersoon Vincent is in plaats van arts een bedrijfsconsultant. Als Vincent wordt ontslagen durft hij dat niet op te biechten aan zijn vrouw of familie en brengt hij zijn dagen door met nietsdoen in zijn auto en met lezen en koffie drinken in hotellobby’s of wegrestaurants. Om zijn verzonnen leven makkelijker te kunnen verdoezelen liegt hij iedereen voor dat hij een baan krijgt bij de Verenigde Naties in Géneve, zodat hij langer van huis kan zijn. Financieel gaat het hem goed dankzij de honderdduizenden francs die hij bij vrienden en kennissen lospeutert voor ‘superrenderende’ beleggingsfondsen. Maar onvermijdelijk komen ook Vincents leugens uiteindelijk uit. Als dat gebeurt slaat hij niet door zoals Jean-Claude Romand. Nee, Vincent belandt in een depressie en zoekt troost bij zijn familie.

Dit laatste klinkt misschien ongeloofwaardig, want hoeveel vertrouwen kan zijn gezin nog hebben in de pathologische leugenaar? Vreemd genoeg is L’EMPLOI DU TEMPS echter juist geloofwaardiger dan L’ADVERSAIRE: het door Cantet geconstrueerde verhaal komt veel realistischer over dan de realiteit in de film van Garcia en Carrere. Dat valt voor een groot deel toe te schrijven aan de bij ons onbekende hoofdrolspeler Aurélien Recoing, die met de rol van Vincent een huzarenstukje aflevert. Het ene moment zie je dat zijn personage ongelukkig en getormenteerd is door zijn eigen leugens, het andere moment zie je dat Vincent er zelf ook echt in gelooft. Het maakt de man ongelooflijk tragisch, maar tegelijkertijd fascinerend.

Dat geldt evenzeer voor de hele film, die vorig jaar een hoofdprijs won op het Filmfestival van Venetië en één van de publieksfavorieten was tijdens het jongste Rotterdams Filmfestival. L’EMPLOI DU TEMPS past bovendien naadloos in het werk van Cantet, die eerder RESSOURSES HUMAINES maakte over een zoon die als fabrieksdirecteur zijn eigen vader moet ontslaan. Net als in die film valt de regisseur de moderne arbeidsmoraal aan. Vincent liegt over zijn ontslag omdat hij zijn hoge status niet wil verliezen; het blijkt voor hem makkelijker een baan te verzinnen dan de waarheid onder ogen te zien. Maar hoe heeft het zover kunnen komen dat zoveel mensen opzien tegen de snelle kantoor-, beurs- en IT-jongens of -meisjes met hun leasebakken en mobieltjes? Dat is een essentiële vraag die Cantet stelt in L’EMPLOI DU TEMPS. Een sluitend antwoord geeft hij niet, maar zijn film geeft ons wel stof tot nadenken.

Laurent Cantet | 2001

» print